Reprise in niet-bitter
Londen, zout- besprenkeld, afgewreven, gebakken op torentje met zuiderse kruiden
Om bitterheid uit aubergine te trekken: snij in schijven, besprenkel deze met zout, laat rusten. Wrijf een half uur later het zout van de aubergineschijven. Alle bitterheid is nu weggetrokken, en na vijf minuten bakken zullen ze zoet en smakelijk zijn.
Londen lijkt levendiger dan een jaar geleden.
Misschien door de verandering van gezelschap.
Misschien door de andere buurten.
Misschien omdat ik zelf nu anders ben. Anders doe.
Misschien is het dat mijn kop nu niet beneveld is en ik niet wil benevelen wat mij stoort.
Er is meer charme in de stad. Ik hoef geen tourist traps mee in te lopen; oververhitte steakhouses die de rest van het gezelschap aantrekken. Motjes voor hun neon.
Ik wist het natuurlijk vooraf, vorig jaar. Ze zijn er niet de mensen naar om dingen te zien. Ze willen dat de dingen naar hen toe komen, recht hun mond en ogen in. Suikerspinnen met vleugels in Disneyland.
Nu was er geduld. Ik had nooit gedacht dat Londen een stad was die geduld apprecieerde.Bombay ja, of Hong Kong, die hebben geduld nodig. Maar dommig simpel-stijlvol Londen?
Borough Market bijvoorbeeld blijft al een maand mijn hoofd in stromen. Overal voedselstalletjes. Hier was overvloed die Middeleeuws aanvoelde. De vrouwen hebben ronde boezems en een volle verkopersglimlach. Trots op wat ze telen. Mannen die nerveus en gespierd zijn, door al dat kratten dragen misschien.
Ik ben sindsdien niet meer naar de Zuidmarkt geweest, die in vergelijking zo offensief als een verpauperd grijs stuk rot fruit voelt. België valt nog altijd wat tegen. De winter is bij ons niet kil maar vuil. De mensen pikken zich als boze kippen door het leven. Kwaad gemier in 't praten. Ellebogenwerk op straat en binnenskamers, fatsoen gaat voor op openheid. Mijn gat knijpt dicht in schrikreactie.
Londen is je lekker zachte dikke stijlvolle tante, Brussel tante Pinneke. De gevoeligheid van een nieuwe eeuw vraagt om een zacht pantser. Onder het ruime décolleté van de Londense meisjes vermoed ik een zacht groot hart. Ze decoreren de taartjes zoals hun kleren zoals hun tenen. Slippers en open schoentjes in februari. Antivries in hun bloed, zeggen de Fransen gruwend.
Nieuwe foodies staan op in drommen generaties. In een wereld waar voedsel schaars is is eten hip. Wij hebben hier nog niet eens door hoe hip, hoe intens belangrijk. In Londen jengelt een driejarig jongetje bij zijn vader om lamsschenkelsandwich en hertenworst. Bij ons vraagt een kind om Mars of Choco Prince, of Bumbakoeken.
Hoe kan Londen nu warm zijn en Brussel te koud? Omdat daar krokussen bloeien in het park en hyacinthen, en ze hier worden platgetrapt in mijn voortuin? Gisteren trokken ze hun blonde tienerkopjes in bossen samen en giechelden in premature lentepret wanneer ik buiten kwam. Dan kom ik terug en ligt er opeens een slagveld op het voorpad. De moordlijn is te reconstrueren. Hier een trap, daar gerukt met bosjes tegelijk en vertrapt onder een laars. Ik probeer er sporen in te vinden, maar snap alleen nog minder.
Opruimen kan ik ze niet. (Hoe begraaf je bloemenlijkjes? Niemand huilt!) Ik ben dan maar zelf wat beginnen bloeden. Ook in mij is er plots dood. Bye bye baby baby bye bye.
Celia Ledoux
2 Comments So Far:
muy bueno!
At your service!
Een reactie plaatsen